Het broze pasgeboren baby’tje dat je zo kort geleden in je armen hield, is nu al een echt ‘mensje’ aan het worden. Je kind leert steeds meer verschillende spieren te gebruiken en dat zie je! Het kan het hoofdje steeds beter in balans houden, en het nekje wordt steeds sterker. Liggend op de buik kan het zijn of haar hoofdje in een hoek van 45 graden optillen, en misschien zelfs al tot 90 graden. Je kind vindt het leuk om rechtop gehouden te worden en maakt bewegingen met het hoofd en de nek. De spieren worden steeds sterker, dat kun je ook wel merken aan het krachtige trappelwerk.

Je kind kan nu een speeltje vastgrijpen als je het in de hand legt en zal steeds vaker spullen in de mond stoppen om ze te onderzoeken. Ook begint het echte brabbelen. Hoe meer je tegen je kind praat hoe meer het terug lijkt te brabbelen. Toch is dat maar ten dele waar. Ook kinderen tegen wie niet of nauwelijks wordt gepraat en ook dove kinderen gaan rond deze leeftijd brabbelen, zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Er klinken steeds meer vrolijke kraaigeluidjes, en ook wordt er nu flink gesabbeld, liefst op de handjes. Klinken er ook kleine smakgeluidjes? Dat is vaak een eerste aanwijzing dat je kindje trek begint te krijgen.
Het trainen van de spieren lijkt misschien op gymnastiek, maar voor je baby is het haast hetzelfde als spelen. Als je je kind op een kleed op de grond legt en je gaat er zelf bijzitten kun je allerlei oefenspelletjes doen. Je kunt bijvoorbeeld zachtjes duwen tegen de voetzooltjes, en je kindje zelf weer de beentjes laten strekken, of ‘fietsen’ met de beentjes. Zo sla je twee vliegen in één klap: zulke oefeningen zijn goed voor je baby en het is leuk om samen bezig te zijn. Je kind leert steeds beter grijpen, je kunt daarom zachte speeltjes in de box leggen die je baby makkelijk kan vastpakken.
<< Baby 3 maanden Baby 1 maand >>